Bij Monopoly spelregels draait alles om geld, eigendommen en timing: je speelt met 2 tot 8 spelers, het spel is geschikt vanaf ongeveer 8 jaar, een pot duurt vaak 60 tot 180 minuten, en het doel is om alle andere spelers failliet te laten gaan. In deze uitleg gaat het om het klassieke Monopoly van Hasbro, oorspronkelijk Monopoly genoemd, met de standaardregels en het officiële startgeld van €1500 per speler.
Benodigdheden
Voor een klassiek potje heb je deze onderdelen nodig:
- 1 speelbord
- 8 pionnen
- 2 dobbelstenen
- 32 huizen
- 12 hotels
- 16 Kans-kaarten
- 16 Algemeen Fonds-kaarten
- 28 eigendomsbewijzen
- Monopoly-geld in verschillende biljetten
Die 28 eigendommen bestaan uit straten, stations en nutsbedrijven.
Opzet
Leg het bord klaar en zet de twee kaartstapels op hun plek. Schud Kans en Algemeen Fonds eerst goed en leg ze gedekt neer.
Daarna doet iedere speler het volgende:
- Kies een pion en zet die op START.
- Wijs één speler aan als bankier. Die beheert de bank, maar kan ook gewoon meespelen.
- Zorg dat het bankgeld apart blijft van het persoonlijke geld van de bankier.
- Geef elke speler €1500 startgeld.
- Bepaal de eerste speler met de dobbelstenen. De hoogste worp begint. Daarna speel je met de klok mee.
De officiële verdeling van het startgeld is:
- 2 x €500
- 2 x €100
- 2 x €50
- 1 x €20
- 2 x €10
- 1 x €5
- 5 x €1
Dat telt op tot precies €1500.
Spelverloop
Een beurt in Monopoly volgt steeds hetzelfde patroon:
- Gooi met beide dobbelstenen.
- Verplaats je pion het gegooide aantal vakjes.
- Voer uit wat hoort bij het vak waar je eindigt.
Dat klinkt simpel, maar juist de verschillende vakken bepalen het tempo van het spel.
START
Kom je op START of ga je eroverheen, dan ontvang je €200 van de bank.
Ga je rechtstreeks naar de gevangenis via het vak Ga naar de Gevangenis, dan krijg je die €200 niet, ook niet als je langs START zou komen.
Onverkocht eigendom
Land je op een straat, station of nutsbedrijf dat nog van niemand is, dan mag je het kopen voor de prijs die op het bord staat.
Wil je het niet kopen, dan volgt volgens de officiële Monopoly spelregels meteen een veiling. Alle spelers mogen dan bieden, ook de speler die het eerst op het vak landde.
Eigendom van een andere speler
Kom je op een eigendom van een andere speler, dan betaal je huur. Hoeveel dat is, hangt af van het eigendom en van eventuele huizen of een hotel.
Belangrijk detail: de eigenaar moet die huur wel op tijd vragen. Doet die dat niet voordat de volgende speler heeft gegooid, dan vervalt het recht op die huur voor dat moment.
Kans en Algemeen Fonds
Land je op Kans of Algemeen Fonds, dan trek je de bovenste kaart. Voer de opdracht direct uit en leg de kaart daarna onder op de stapel, tenzij het een kaart is die je mag bewaren, zoals een kaart om uit de gevangenis te komen.
Belasting
Op een belastingvak betaal je het bedrag dat op het bord staat aan de bank.
Vrij Parkeren
Op Vrij Parkeren gebeurt officieel niets. Je krijgt daar geen geld, geen bonus en ook geen pot.
Gevangenis
Er zijn drie situaties die vaak door elkaar worden gehaald:
- Land je gewoon op Gevangenis, dan ben je alleen op bezoek.
- Land je op Ga naar de Gevangenis, dan ga je direct naar de gevangenis.
- Gooi je drie keer achter elkaar dubbel in één beurt, dan ga je ook direct naar de gevangenis.
Een speler in de gevangenis mag nog steeds huur ontvangen en eigendommen beheren.
Dubbel gooien
Gooi je dubbel, dan voer je eerst de normale actie van het vak uit. Daarna krijg je nog een worp.
Gooi je in dezelfde beurt drie keer achter elkaar dubbel, dan stopt je beurt meteen en ga je direct naar de gevangenis.
Scoring
Monopoly werkt niet met punten. De “score” is je totale bezit: geld, eigendommen en gebouwen. Toch eindigt het spel niet op rijkste bezit volgens een telling, maar op faillissement.
Kan een speler een schuld niet betalen, ook niet na verkopen of hypotheek nemen, dan is die speler failliet en uit het spel. Bezittingen gaan dan naar de schuldeiser of terug in afhandeling volgens de regels.
De winnaar is de laatste speler die niet failliet is.
Varianten
Rond Monopoly spelregels bestaan veel tafelafspraken. Het is handig om scherp te houden wat officieel is en wat niet.
Officiële varianten
Sommige uitgaven noemen versnelde spelvormen. Voorbeelden daarvan zijn:
- eigendommen aan het begin willekeurig verdelen om sneller te starten
- aangepaste bouwregels in bepaalde versies
- gebruik van extra dobbelstenen of speciale speed-regels in specifieke edities
Die horen alleen bij de editie waarin ze staan. Ze zijn dus niet automatisch onderdeel van het klassieke basisspel.
Huisregels
De volgende afspraken zijn huisregels en geen officiële standaardregels:
- starten met €1000 in plaats van €1500
- starten met €2000 in plaats van €1500
- geld en boetes op Vrij Parkeren leggen en uitkeren aan wie erop landt
- eigendommen niet veilen als een speler weigert te kopen
Dat zijn bekende aanpassingen, maar ze veranderen het spelverloop flink. Vooral de pot op Vrij Parkeren maakt een pot vaak langer.
Huizen, hotels en bouwen
Bouwen mag pas als je een complete kleurgroep bezit. Heb je bijvoorbeeld alle straten van één kleur, dan mag je huizen kopen.
Huizen bouwen
Je bouwt altijd gelijkmatig. Dat betekent:
- eerst 1 huis op elk perceel van de groep
- daarna pas een 2e huis op elk perceel
- daarna een 3e
- en daarna een 4e
Je mag dus niet één straat meteen volbouwen terwijl de andere straten in dezelfde kleur nog leeg zijn.
Per straat mogen maximaal 4 huizen staan.
Hotel bouwen
Een hotel mag je pas plaatsen als er al 4 huizen op die straat staan. Je betaalt de hotelprijs en levert die 4 huizen weer in bij de bank.
Per straat mag maximaal 1 hotel staan.
Tekort aan huizen of hotels
De voorraad gebouwen is beperkt. Zijn de huizen of hotels op, dan kun je niet zomaar iets vervangen met ander materiaal. Je moet wachten tot er weer voorraad beschikbaar is.
Willen meerdere spelers tegelijk de laatste huizen of hotels kopen, dan moet de bank die officieel veilen.
Verkopen en hypotheek
Onderhandelen hoort bij Monopoly, maar ook daar gelden grenzen.
Eigendommen verkopen
Spelers mogen onbebouwde eigendommen aan elkaar verkopen. Dat geldt voor:
- straten zonder huizen of hotel
- stations
- nutsbedrijven
De prijs spreek je samen af.
Huizen en hotels verkopen
Huizen en hotels verkoop je niet aan andere spelers, maar alleen terug aan de bank. Je krijgt dan de helft van de aankoopprijs terug.
Ook bij afbreken moet je gelijkmatig werken. Je haalt dus niet zomaar alles van één straat af als de rest van de kleurgroep nog vol staat.
Hypotheek nemen
Je mag hypotheek nemen op onbebouwde eigendommen. Daarvoor ontvang je van de bank het hypotheekbedrag dat op de eigendomskaart staat. In de praktijk is dat meestal de helft van de aankoopprijs.
Zolang een eigendom onder hypotheek staat, mag je daar geen huur voor vragen.
Hypotheek aflossen
Wil je de hypotheek opheffen, dan betaal je het hypotheekbedrag terug plus 10% rente aan de bank.
FAQ
Hoeveel geld krijgt elke speler aan het begin van Monopoly?
Volgens de klassieke Monopoly spelregels start iedere speler met €1500.
Wat is de officiële biljetverdeling van het startgeld?
Elke speler krijgt: 2x €500, 2x €100, 2x €50, 1x €20, 2x €10, 1x €5 en 5x €1.
Krijg je geld op Vrij Parkeren?
Nee. In de officiële regels gebeurt daar niets. Een geldpot op Vrij Parkeren is een huisregel.
Moet een eigendom geveild worden als niemand het koopt?
Ja. Als een speler een onverkocht eigendom niet wil kopen, moet de bank het veilen.
Mag je huur vragen als je in de gevangenis zit?
Ja. Ook vanuit de gevangenis mag je gewoon huur innen, zolang het eigendom niet onder hypotheek staat.



