63 vakjes, twee dobbelstenen en precies één manier om te winnen: als eerste exact op vakje 63 eindigen. Ganzenbord spelregels zijn snel uit te leggen, waardoor dit klassieke bordspel geschikt is voor 2 tot 6 spelers, vanaf 5 jaar, met een gemiddelde speelduur van 30 tot 60 minuten. Hieronder lees je de traditionele regels van Ganzenbord stap voor stap, inclusief de bekende speciale vakjes en de openingsworp.
Benodigdheden voor Ganzenbord spelregels
Voor een potje Ganzenbord heb je dit nodig:
- 1 speelbord met 63 genummerde vakjes
- 1 pion per speler
- 2 dobbelstenen
Op veel borden hebben de pionnen de vorm van een gans, maar dat is niet verplicht.
Opzet van Ganzenbord spelregels
Leg het bord in het midden van de tafel. Iedere speler kiest een pion en zet die vóór vakje 1, bij de start.
Daarna gooit iedereen met één dobbelsteen. Wie het hoogste aantal ogen gooit, begint. Bij gelijkspel gooien die spelers opnieuw.
Spelverloop bij Ganzenbord
In je beurt doe je steeds hetzelfde:
- Gooi met de twee dobbelstenen.
- Tel de ogen bij elkaar op.
- Zet je pion zoveel vakjes vooruit.
- Voer meteen de regel uit van het vakje waar je op uitkomt.
- Daarna is de volgende speler met de klok mee aan de beurt.
Het doel blijft steeds hetzelfde: als eerste exact vakje 63 bereiken.
Scoring in Ganzenbord spelregels
Ganzenbord heeft geen puntentelling. Je houdt dus geen score bij tijdens het spel.
De winnaar is de speler die als eerste precies op vakje 63 landt.
Gooi je meer dan nodig is om 63 te halen, dan ga je eerst naar vakje 63 en tel je het overschot daarna terug.
Voorbeeld:
- Je staat op vakje 61.
- Je gooit 4.
- Je gaat 2 vakjes vooruit naar 63.
- Er blijven 2 ogen over.
- Je gaat 2 vakjes terug en eindigt weer op 61.
Kom je door dat terugtellen op een gans-vakje terecht, dan pas je ook die regel toe.
Varianten in Ganzenbord spelregels
Speciale vakjes
Een groot deel van Ganzenbord spelregels draait om de vakjes met een eigen effect. Land je op zo’n vakje, dan voer je die regel direct uit.
Gans-vakjes
De gans-vakjes zijn:
- 5
- 9
- 14
- 18
- 23
- 27
- 32
- 36
- 41
- 45
- 50
- 54
- 59
Land je op een gans, dan ga je nog een keer hetzelfde aantal vakjes vooruit als je net hebt gegooid. Je blijft dus niet op dat vakje staan.
Vakje 6: de Brug
Land je op vakje 6, dan ga je direct door naar vakje 12.
Vakje 19: de Herberg
Land je op vakje 19, dan sla je 1 beurt over.
Vakje 31: de Put
Land je op vakje 31, dan blijf je daar staan tot een andere speler je passeert.
Ben jij op dat moment de laatste speler, dan sla je 1 beurt over en speel je daarna weer verder.
Vakje 42: het Doolhof of de Doornstruik
Land je op vakje 42, dan ga je terug naar vakje 37.
Vakje 52: de Gevangenis
Land je op vakje 52, dan blijf je daar staan tot een andere speler je passeert.
Ben jij de laatste speler, dan sla je 1 beurt over en mag je daarna weer verder.
Vakje 58: de Dood
Land je op vakje 58, dan moet je terug naar de start.
In deze uitleg betekent dat: terug naar het begin, vóór vakje 1.
Speciale regel voor de eerste worp
Bij de eerste beurt van een speler gelden twee bekende uitzonderingen:
- Gooi je 4 en 5, dan ga je direct naar vakje 53
- Gooi je 6 en 3, dan ga je direct naar vakje 26
Deze regel geldt alleen voor de allereerste worp van die speler. Daarna speel je weer volgens de gewone regels.
Bezet vakje
Volgens de traditionele Ganzenbord spelregels mogen meerdere pionnen op hetzelfde vakje staan.
Land jij op een vakje waar al een andere pion staat, dan blijven beide pionnen gewoon staan. Er gebeurt verder niets.
Officiële variant: Levend Ganzenbord
Een bekende variant is Levend Ganzenbord. Daarbij lopen de spelers zelf over een groot speelveld en zijn ze dus de pionnen.
De basis blijft gelijk, maar de uitvoering is fysiek in plaats van op tafel.
Huisregels
Sommige groepen spreken extra regels af. Dat zijn huisregels en dus geen officiële regels van het traditionele Ganzenbord.
Veelgebruikte huisregels zijn:
- Land je op een vakje waar al een andere pion staat, dan moet die pion terug naar zijn vorige plek.
- Bij de Put of de Gevangenis moet je soms 2 of 3 beurten overslaan in plaats van 1 als je de laatste speler bent.
Spreek dit vooraf af, zodat iedereen met dezelfde regels speelt.
FAQ over Ganzenbord spelregels
Hoeveel dobbelstenen gebruik je bij Ganzenbord?
Je speelt Ganzenbord met twee dobbelstenen.
Wat is het doel van Ganzenbord?
Het doel is om als eerste exact vakje 63 te bereiken.
Wat gebeurt er als je te hoog gooit voor vakje 63?
Dan tel je het overschot terug vanaf vakje 63. Je moet dus precies uitkomen om te winnen.
Wat gebeurt er als je op een gans landt?
Dan ga je nog een keer hetzelfde aantal vakjes vooruit als je net hebt gegooid.
Hoe kom je uit de Put of de Gevangenis?
Je blijft daar staan tot een andere speler je passeert. Ben je de laatste speler, dan sla je 1 beurt over en mag je daarna weer verder.
Mogen twee pionnen op hetzelfde vakje staan?
Ja. In de officiële regels mogen meerdere pionnen op hetzelfde vakje staan.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij Ganzenbord?
De fouten die het vaakst voorkomen zijn:
- spelers sturen een pion weg van een bezet vakje, terwijl dat alleen een huisregel is
- spelers vergeten terug te tellen bij een te hoge worp
- de openingsregel met 4 en 5 naar 53 en 6 en 3 naar 26 wordt overgeslagen
- bij de Put en de Gevangenis wordt soms vergeten dat een passerende speler je bevrijdt



