1. Home
  2. Soort spel
  3. Sportspellen
  4. Kaatsen spelregels
kaatsen spelregels​

Kaatsen spelregels

5 min lezen

Kaatsen spelregels draaien om het winnen van slagen, eersten en uiteindelijk de hele partij. In de Nederlandse variant, ook wel het Friese kaatsen genoemd, spelen twee parturen van elk 3 spelers tegen elkaar op gras. Het doel is om als eerste 6 eersten te halen, oftewel 3 spellen. Een partij duurt meestal ongeveer 40 tot 50 minuten. Hieronder lees je de basis van de kaatsen spelregels zoals die in deze uitleg zijn opgenomen op basis van het KNKB-reglement voor 2025/2026.

Benodigdheden voor kaatsen spelregels

Voor een partij kaatsen heb je het volgende nodig:

  • een grasveld van 61 x 32 meter
  • een kaatsbal van leer, gevuld met koeienhaar, van ongeveer 24 gram
  • twee parturen van elk 3 spelers
  • houten blokjes om een kaats te markeren
  • eventueel kaatshandschoenen met versteviging, vooral voor perkspelers

Bij kaatsen sla je de bal met de handpalm. De opslag gaat onderhands. De terugslag, in het kaatsen vaak de uitslag genoemd, mag onderhands of bovenhands.

Elk team heet een partuur. In deze uitleg gebruik ik daarom steeds dat woord.

Opzet van kaatsen spelregels

Je begint met twee parturen van 3 spelers. Het veld is 61 meter lang en 32 meter breed. Aan één kant staat het partuur dat opslaat, aan de andere kant het partuur dat de bal verwerkt.

De opslag moet in het perk terechtkomen. Dat is het vak waarin de bal geldig moet worden geserveerd. Het aangeleverde bronmateriaal noemt geen verdere afmetingen van deelvakken of een uitgebreide opstellingsprocedure. Daarom blijft deze uitleg bij de basis.

De rollen die in elk geval van belang zijn:

  • opslager: de speler die de bal onderhands in het perk slaat
  • uitslager: de speler die de bal terug het veld in speelt

Het onderzoek noemt geen officiële loting of vaste beginvolgorde per speler. Die vul ik hier dus niet zelf in.

Spelverloop bij kaatsen spelregels

Een rally begint met een onderhandse opslag. De opslager slaat de bal in het perk. Komt de bal daar goed in, dan gaat de slag verder en probeert het andere partuur de bal terug te slaan.

Dat terugslaan mag bovenhands of onderhands. In de praktijk dragen spelers in het perk vaak een verstevigde handschoen. Dat helpt bij het slaan, maar in deze uitleg staat alleen dat zo’n handschoen gebruikelijk is. Verdere materiaaleisen zijn hier niet opgenomen.

Tijdens de slagwisseling proberen beide parturen de slag te winnen. Soms lukt dat meteen. Soms niet. Dan kom je bij een van de opvallendste onderdelen van de kaatsen spelregels: de kaats.

Wat is een kaats?

Een kaats ontstaat als een slag niet direct beslist wordt en de bal tot stilstand komt. De plek waar de bal stopt, wordt gemarkeerd met een houten blokje. Dat blokje geeft aan waar de kaats ligt.

Die markering is belangrijk, omdat de ligging van de kaats later bepaalt hoe de slag verder wordt afgehandeld. In deze uitleg houd ik het bij de kern: een kaats is de markering van een onbesliste slag.

Wanneer wissel je van speelhelft?

De parturen wisselen van speelhelft na twee kaatsen.

Er is één genoemde uitzondering: bij een stand van 40-40 wisselen de parturen al na één kaats van speelhelft.

Omdat het bronmateriaal alleen deze wisselmomenten noemt, voeg ik geen andere wisselregels toe.

Scoring in kaatsen spelregels

De telling in kaatsen wijkt af van veel andere balsporten. Binnen een eerst loopt de stand in deze reeks:

  • 2
  • 4
  • 6
  • eerst

Vier gewonnen slagen leveren dus samen één eerst op.

Daarna tel je verder op een hoger niveau:

  • 2 eersten = 1 spel
  • 6 eersten = winst van de partij
  • 6 eersten = 3 spellen

Dat laatste is belangrijk, omdat beide manieren van noteren in gebruik zijn. Zeg je dat een partuur 6 eersten moet winnen, dan bedoel je hetzelfde als 3 spellen winnen.

De cijfers zijn dus als volgt consequent:

  • 4 slagen voor 1 eerst
  • 2 eersten voor 1 spel
  • 6 eersten, dus 3 spellen, voor de winst

Wie de kaatsen spelregels aan tafel of langs het veld uitlegt, heeft meestal genoeg aan die opbouw.

Varianten van kaatsen spelregels

Deze pagina gaat over de Nederlandse variant van kaatsen, zoals die in het aangeleverde materiaal staat beschreven. Daarbij horen deze kenmerken:

  • 2 parturen van 3 spelers
  • een veld van 61 x 32 meter
  • onderhandse opslag in het perk
  • uitslag onderhands of bovenhands
  • kaatsen als markering van een onbesliste slag
  • wisselen na 2 kaatsen, of na 1 kaats bij 40-40
  • telling 2-4-6-eerst
  • 2 eersten vormen 1 spel
  • 6 eersten, dus 3 spellen, winnen de partij

Er zijn in deze uitleg geen huisregels opgenomen. Als je onderling afwijkt van deze regels, is dat dus een huisregel en geen officiële spelregel.

Officieel en historisch kader

Voor officiële wedstrijden in Nederland geldt het reglement van de Koninklijke Nederlandse Kaatsbond, de KNKB. De sport is in Nederland al lang georganiseerd. De reglementering werd eind 19e eeuw vastgelegd. Ook bekende evenementen, zoals de PC in Franeker, horen bij die traditie.

Dat historische deel is interessant, maar voor het spelen van een partij heb je vooral de basis van de kaatsen spelregels hierboven nodig.

FAQ over kaatsen spelregels

Wat is een kaats bij kaatsen?

Een kaats ontstaat wanneer een slag onbeslist blijft en de bal tot stilstand komt. De plek waar dat gebeurt, wordt met een houten blokje gemarkeerd.

Met hoeveel spelers speel je kaatsen?

In de Nederlandse variant spelen 2 parturen van elk 3 spelers. Er staan dus 6 spelers in het veld.

Hoe werkt de telling bij kaatsen?

De telling binnen een eerst is 2-4-6-eerst. Vier gewonnen slagen leveren 1 eerst op. Twee eersten vormen 1 spel. Een partuur wint de partij met 6 eersten, dus 3 spellen.

Wanneer wisselen de parturen van speelhelft?

Normaal wisselen de parturen na 2 kaatsen. Bij 40-40 gebeurt dat al na 1 kaats.

Hoe moet je de bal slaan bij kaatsen?

De opslag is onderhands en moet in het perk terechtkomen. De uitslag mag onderhands of bovenhands. Spelers gebruiken daarbij vaak een verstevigde handschoen.